Interview met Dipam ondernemer Sebastian Klijnsma voor Driegonaal

Voor deze editie van Driegonaal sprak ik met de huidige voorman van Dipam, van de bijenwaskaarsen :

Sebastian Klijnsma, een aanstekelijke ondernemer

Vertel eens wat over jezelf? Uit wat voor nest kom je? Hoe ben je opgegroeid?

Mijn moeder gaf les op een Vrije School, mijn vader was dominee. Ik ben de oudste van drie kinderen. Vanwege mijn vaders beroep verhuisden wij veel, wel een keer of tien gedurende mijn kindertijd.

Hoe was dat voor je?

Dat was heel vervelend, zoveel verhuizen, iedere keer weer. Ik wilde graag sporten, maar kon nooit in een team blijven. Je wortelt niet. Ik weet niet of het in me zit, de onrust, of dat ik die heb opgelopen door zo vaak te verhuizen. Ik heb ADHD en ik  ervaar niet zo makkelijk vertrouwen in mijn omgeving. Ik kan me wel snel en makkelijk aanpassen, maar echt vertrouwen duurt langer. Dat gold ook voor mijn zelfvertrouwen.
Vanwege de vele schoolwissels werd ik niet goed gezien. Ik ben ook wat teleurgesteld in het Vrije Schoolonderwijs; ze waren niet in staat om me te zien. Ik mocht ook niet naar de bovenbouw in Groningen, daar was ik ‘te dom’ voor.

Waar ging je toen naartoe?

Edith Boeke had toen net een tuinbouwschool in Meppel opgericht, daar ging ik heen. Zij zag het wel in mij: ”Sebastian”, zei ze, “je bent hier niet op je plek. Laten we een HAVO voor je zoeken.”
Zo kwam ik op een kleinschalige HAVO, maar die ging al snel op in een grote scholengemeenschap in Leeuwarden. Dat kon ik niet. Ik raakte de weg kwijt, kwam te laat, werd bestraft, voortdurend onrecht. Daarom ging ik maar terug naar de MAVO, daar was dat kleinschalige nog. Maar ik verveelde me te pletter en op de route naar school lag de windsurfclub..
Uiteindelijk heb ik in Schiedam via de MAVO mijn HAVO diploma gehaald. Daar verveelde ik me ook, maar ik had er een wiskundedocent die zei: ”Ik heb last van je, maar je kunt het denk ik wel. Ik hoef je niet perse meer in de les te zien.” Toen kon ik zelf bepalen wanneer ik naar school ging voor wiskunde, ik haalde een 9. Voor een aantal andere vakken deed ik staatsexamen.

En wat ging je na je middelbare school doen?

Ik ging de wereld veroveren. Heel veel zeilen. Er was een wonderlijke tweedeling in mijn leven: als ik in de bubbel van het wedstrijdzeilen zat, leefde ik in een wereld met champagne en hotels. Daarna stond ik dan weer op straat met mijn tas en honderd euro zakgeld.
Omdat ik wilde leren zeilen maken bood ik me aan bij een zeilmaker. Ik hield wel van de technische complexiteit en het vervaardigen van materialen, maar ik kwam er daar ook achter dat ik eigenlijk een mensenmens ben. Zeilen maken is een solistisch beroep. Dus besloot ik om weer verder te leren. Eigenlijk wilde ik graag naar de sportacademie, maar dat durfde ik niet. Ik was bang dat ik zou moeten turnen en ik wist niet of ik dat wel kon.
En dus ging ik naar de LSOP, een praktijkopleiding tot hoofdagent.
Eenmaal bij de politie ben ik heel snel rechercheur geworden, in de binnenstad van Den Haag. Daar moest ik veel voor leren, maar dat ging me gemakkelijk af. Ik bleek ineens toch een slimme jongen te zijn. Vanuit de politie kon je nog meer studies doen, ik haalde er mijn bachelor voor rechten.

Hoe vond je het bij de politie?

Tja.. ’t is een masculiene cultuur. Het is altijd stuk, het is altijd kapot, je staat altijd met je poten in de bagger. Politiemensen hebben meestal wel een goed hart, ze zijn betrokken bij hun eigen sociale bubbel, maar er zijn ook veel misstanden.
Ik ben een hele snelle denker en ik doorzie dingen snel, dat werd me niet altijd in dank afgenomen.

Geef eens een voorbeeld?

In Rotterdam hadden ze succes gehad met preventief fouilleren, dus dat gingen we in Den Haag ook doen. Het was mijn taak om alle arrestanten te verhoren. In de eerste cel zat een backpacker, die had een mes in zijn rugzak. In de tweede cel zat een slagersjongen die net van de markt kwam en zijn messenset niet achter wilde laten. Toen heb ik mijn opdracht teruggegeven. Ik zei: “Ik ga die jongens geen bon van 390 euro geven, alleen maar omdat jullie je cijfertjes willen opkrikken. Die slagersjongen kan dat niet betalen, dan krijgt hij een verhoging en een strafblad en dan ligt zijn hele leven in puin.”
Dat heette plichtsverzuim.

Ben je er daarom weggegaan?

Ja, daarom en ook omdat ik teveel ellende meemaakte. Omdat ik zo snel ben was ik overal als eerste, ook bij een auto-ongeluk op de A12. Een dronken idioot was met 140 km p/u op een stilstaand busje ingereden. In dat busje zaten allemaal meiden van mijn leeftijd, op weg naar de Floriade, het stond langs de weg met pech. Wat ik toen zag krijg ik niet meer van mijn netvlies. Eigenlijk raakte ik daar overspannen van, al had ik dat zelf niet meteen door. Gelukkig stuurde iemand me naar een therapeut. Ik nam ontslag bij de politie. Achteraf gezien hadden ze me nooit mogen laten gaan in de staat waarin ik toen verkeerde.


En toen?

Toen ging ik bij de NMA werken, de mededingingsautoriteit. Je doet dan onderzoek naar kartelvorming en prijsafspraken, dat soort dingen. Ik zat iedere dag aan tafel met banken, verzekeringsmaatschappijen en energiemaatschappijen. Daar liep ik er tegenaan dat je verzandt in eeuwige juridische procedures, je hebt te maken met regelend recht. Maar de verhoudingen liggen op straat en bevinden zich niet in de ivoren toren waar de besluiten worden genomen.
Ik wil leren van wat ik doe, dus ik wilde mijn werk terugkrijgen, ook als een zaak geseponeerd was. Dat kon soms lang duren, als ik het al terugkreeg. Ook hier heb ik ontslag genomen.
Dit was trouwens wel de tijd dat ik Annerieke, mijn vrouw, tegenkwam.

Hoe ging dat?

Oh, dat kwam door een foute afspraak van een vriend. Ik had met hem afgesproken, maar toen bleek dat hij ook al had afgesproken om met Annerieke naar een muziekuitvoering zou gaan, hij maakte muziek met haar. Dus toen vroeg hij of ik het erg vond om daar mee naar toe te gaan. Zo is het begonnen. Een paar jaar later kwam onze oudste. We kochten een huisje in Scheveningen en omdat Annerieke ook architect is (ze doet nog meer dingen) konden we het helemaal naar onze zin maken. Daar ben ik nu wel echt geworteld.

Omdat ik veel ervaring heb met publiek-private kwesties en een rechtenstudie heb gedaan werd ik veel gevraagd als adviseur. Dat ging op zich goed, maar ik ging wel nadenken over mijn toegevoegde waarde. Mijn salaris moest altijd betaald worden door beginnende ondernemers, die dat geld eigenlijk beter anders konden besteden. Mensen onderscheiden zich vaak door hoe goed ze zijn in het verpakken van lucht. Ik wilde niet ook lucht met een strik verkopen.

Dus daarom Dipam. Hoe kwam je daar terecht?

Er waren eigenlijk drie lijntjes die naar Sleipnir wezen. Eén daarvan was Hans van ‘The Shore’. Die kende ik al van het strand. Ik kwam hem tegen toen hij net van een Sleipnirvergadering kwam en hij vroeg: ”Wil je geen kaarsenmaker worden?”
Dat sprak me wel aan. Het is een ambacht, het is concreet. Ik ben er gaan kijken en ik trof er meteen heel veel werk aan, dus toen ben ik erin gestapt.

Je trof er heel veel werk aan?

Ja! Er was geen bedrijfsprocessensysteem, geen handige koppelingen tussen de voorraad en de boekhouding en er stond veel rommel. Ik kan dat trouwens wel begrijpen van de vorige ondernemer, je moet heel veel intrinsieke scheppingskracht hebben om in je eentje altijd het goede te blijven doen. Je kunt je naar binnen keren, niemand kijkt op je vingers. Met meerdere vennoten heb je meer belangen die elkaar in evenwicht houden.

Wat heb je veranderd bij Dipam?

Om te beginnen werken we nu het hele jaar rond. Ik ben gaan rekenen, toen bleek dat er voldoende capaciteit en ruimte was nadat ik het bedrijf had opgeruimd. Het team ging helemaal achter me staan, een aantal heeft nu een vast dienstverband. We pakten met elkaar de productiemiddelen, het onderhoud en de verpakkingen aan en we hebben de huisstijl veranderd. Er is een nieuwe website.
Er is meer meetbaar geworden, we laten geen kansen meer liggen. Er zijn grote klanten bijgekomen. De beschikbaarheid van bijenwaskaarsen is enorm gegroeid; de omzet groeide het eerste jaar met 17% en dit jaar al met 20%.

Zou je niet eerst naar Den Haag gaan verhuizen? Waarom is dat niet doorgegaan?

Nou.., ik wilde de mogelijkheid open houden om naar Den Haag te kunnen verhuizen, omdat ik daar een relevant netwerk heb. De vorige ondernemer had gezegd dat Dipam moest verhuizen om te kunnen groeien, en het was toen nog maar de vraag of de mensen met mij doorwilden. Maar dat wilden ze wel en er bleek na wat reorganiseren en heel veel weggooien ruimte genoeg te zijn. Dus toen was verhuizen niet meer nodig. Overigens moeten we nu toch verhuizen, want de bedrijfsruimte is verkocht. Ik heb al wel een idee over een andere locatie, maar daar wil ik nu nog niets over kwijt.

Spannend! Ik ben nieuwsgierig. Wat typeert jou als ondernemer?

Ik vraag me steeds af: wat was nou succesvol in eerdere ervaringen? Verder bouw ik op het team. Ik waardeer hun inzet en zie ze als experts op hun gebied, we werken gelijkwaardig samen. Geen functioneringsgesprekken, maar gelijkwaardig overleg. Voor één iemand was dat niet prettig, die wilde liever meer aansturing en die is dan ook vertrokken. Derest is gebleven. Zelf moet ik wel opletten dat ik soms te snel ga. Zo heb ik in mijn eentje geregeld dat er een plek is voor een gehandicapte, maar dat moet het team beslissen en niet ik alleen. Dat is ‘leading from the front’. In de volgende fase van Dipam is een nieuwe leiderschapsstijl nodig, ’leading from behind’, dat ben ik aan het leren.

Heb je nog meer plannen?

Op dit moment ben ik bezig met een nieuwe wasleverancier in Nieuw Zeeland. De omstandigheden zijn daar ideaal en ik ben er bij hem zeker van dat hij bijvriendelijk werkt. Nu werken we nog met tussenpersonen, zodat ik, ondanks verschillende keurmerken, niet 100% zeker ben over hoe de was geoogst is. Die tussenpersonen moeten eruit, ik hoef niet mee te betalen aan de Audi’s van die gasten.

Wat is jouw betrokkenheid met je product? Wat heb je met bijen en bijenwas?

Ik heb een diepe verbinding met was, nog vanuit de vrije school. Ik herken de warmte, de kleur, de kwaliteit, het is een fascinerende grondstof, het lééft! Bijenwas is een ultiem symbool voor dood en geboorte en dat is universeel. Dat ik dan nu de mensen die de kaarsen maken en de omstandigheden waarin ze worden gemaakt kan optimaliseren, dát motiveert mij.

Hoe ervaar jij de samenwerking met Sleipnir?

Sleipnir is een gave club met ondernemers. Ik verlaat me vaak op mensen binnen de club. Met Sleipnir kunnen we meer gezamenlijke prestaties neerzetten. Als iemand bijvoorbeeld de ambitie heeft om meer tafels te maken dan dat hij nu kan, dan kunnen we dat gezamenlijk mogelijk maken. Het is voor een ondernemer soms moeilijk om boven de stof te gaan staan, met elkaar lukt dat beter. En verder is het briljant dat ik zonder bank kan functioneren.

Zie je nog meer kansen voor Sleipnir, nog onbenutte potentie?

De tijd heeft veel gedaan met de omstandigheden.. We zijn een heleboel ervaringen rijker. Onze manier van denken en onze praktische werkwijze mag meer eigen worden. We kunnen beter uitgaan van “Vorig jaar…” dan van “Steiner zei…”
Als we maar blijven praten over wat er wel en niet hoort op basis van ‘wat Steiner zei’ dan komen we niet goed verder. We blijven toch ook niet de hele tijd zeggen: “Je mag niet stelen omdat Jezus dat gezegd heeft”?

Ik vind ook dat de mensen bij Sleipnir wat beter voor zichzelf moeten zorgen. De ideologie leidt ertoe dat het welzijn van de mensen in het geding kan komen.
Men zorgt voor de primaire levensbehoeften. Gezelligheid komt vaak ook nog wel goed, maar we moeten ook zorgen voor de uitgestelde behoeften. Het moeten moet niet meer hoeven. Er komt hoe dan ook een dag dat je niet meer kunt of wilt leveren, dus we moeten als collectief, of individueel, zorgen voor een vangnet voor dat moment.
We kunnen denk ik nog meer intrinsieke kennis en ervaringen uitwisselen. Zelf ben ik bijvoorbeeld enorm benieuwd naar wanneer de rest van de ondernemers zich bij Sleipnir aansluiten in Assen, of waar dan ook.
Laten we naar ieder orgaan op zich kijken en onderzoeken: wat is hier of daar nodig? Op die manier kunnen we nog veel meer met Sleipnir.

Tot slot: hoe zie je Dipam over 5 jaar?

Dan hebben we een optimale kosten-baten structuur en staat het ambacht centraal. Verder blaken we natuurlijk van ondernemerschap en initiatiefkracht; dat blijft het mooiste. Kansen en mogelijkheden zien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *