Interview met financieel adviseur Henk Reedijk voor Driegonaal

Schrijver dezes heeft van huis uit een diep wantrouwen meegekregen jegens een ieder die zich graag met geld bezighoudt. Vandaar dat het verzoek van Driegonaal om een financieel adviseur te gaan interviewen die onlangs zijn bedrijf – dat een miljoen waard is- heeft geneutraliseerd, eerst verbazing en meteen daarna grote nieuwsgierigheid wekt. Op een winderige donderdag reis ik daarom naar Fijnaart, voor een ontmoeting met Henk Reedijk, tot voor kort eigenaar van De Advieswinkel.

Henk Reedijk blijkt 70 jaar en een onderhoudende spreker. Omdat ik graag een beeld wil krijgen van zijn persoon stel ik hem eerst wat vragen over zijn achtergrond:

Waar kom je vandaan?

“Ik ben geboren in Maasdam, als vierde van zes kinderen. We waren een echt arbeidersgezin met een hekel aan de rijke boeren, want die hadden mijn opa ontslagen en zijn zonen weer aangenomen voor een tiende van zijn loon.
Iedereen werkte in de vlasfabriek destijds, maar mijn pa kon niet tegen het vlas, dus die ging van alles doen: hij was postbode, bracht bladen rond en verkocht ook verzekeringen, al had hij daar totaal geen verstand van. Hij had ook leghennen en was eierhandelaar.
Het was een heel andere tijd toen, je ouders legden je geen strobreed in de weg. Toen ik vier was ging ik roeien met mijn kleine zusje, we konden geen van beide zwemmen. Dat mocht gewoon.

Zelf mocht ik naar het gymnasium, maar ik bleef zitten in de tweede en nog een keer in de vierde, dan moest je eraf. Toen besloot ik maar beroepsmilitair te worden, ik was 17 jaar. Eerst kreeg ik een spijkerharde beroepsopleiding aan de KMS, de Koninklijke Militaire School, daar werd ik aspirant-sergeant.
Al gauw ontdekte ik dat het militaire niet mijn wereldje was, maar we hadden getekend voor 6 jaar. Ik heb de hele trukendoos omgekeerd en toen ik uiteindelijk dienstplichtige soldaten hielp dienstweigeren, lieten ze me gaan. Daarop ging ik naar de HBS, daar slaagde ik cum laude. Meteen daarna ben ik economie gaan studeren.
Om die reden zei m’n vader: “Ga jij de verzekeringen maar doen van drie mensen uit de buurt. En onze eigen.” Tussen de bedrijven door haalde ik mijn verzekeringsdiploma.”

Dus zo begon je?

“Ja, al leefde ik in twee werelden. In Rotterdam was ik een linkse student en deed mee met de leiders van het studentenprotest, zoals Egbert van der Poel en Arthur Boelsma. Thuis had ik een vrouw, ik trouwde in ’72 en kreeg mijn eerste kind in ’74. Dat ging goed, ik kreeg een hele goede beurs, ook voor vrouw en kind en ik verdiende bij met de verzekeringen. Vervolgens moest ik ineens op herhaling komen voor militaire dienst, daar maakte defensie nog een hoop werk van. Maar ik ook. Ik moest er een hoop moeite voor doen, maar ben uiteindelijk ‘erkend gewetensbezwaarde’. Ik ben denk ik de enige gewetensbezwaarde die eerst beroepsmilitair is geweest.”

Hoe lukte het je om je bedrijf zo groot te maken?

“Dat ging niet in één keer. Eerst kwam, eind ’75, de inspecteur van de verzekeringsmaatschappij ‘De stad Rotterdam’, ene Johan, aan me vragen of ik wilde samengaan met hem. Helaas was Johan te lui om te werken, dus die heb ik in ’77 uitgezwaaid en ben voor mezelf begonnen in een garage in Fijnaart. Een jaar later kocht ik een groter pand, ik had drie man personeel. Als je in die tijd nieuwe klanten kreeg ging de provisie gedurende het contract naar je voorganger, dus je deed al heel veel voor je nieuwe klant, maar je verdiende nog niks. Omdat ik  daarna ook nogal moeizaam ging scheiden, donderde de hele boel in elkaar. Maar ik ben een ras optimist, dus ik bleef zeggen: ’het komt allemaal goed’.”

En kwam het goed?

“Nou, eerst ging het écht fout. Tijdens de crisis van ’85 had ik een negatief vermogen van een half miljoen gulden. ABN-AMRO zei: ‘We stoppen ermee’ en ze stuurden een mannetje van ‘bijzonder beheer’ op me af.”

Oei! Hoe ging dat verder?

“Ik heb een hele rijke broer, Marcus. Toen de bijzondere beheerder op bezoek kwam zat hij in een hoekje van de kamer. De functionaris gedroeg zich arrogant. Hij stelde zich niet voor en zei alleen: ’Kan je mijn jas niet aanpakken?’ Marcus werd boos, vloog van zijn stoel en sodemieterde hem zo de deur uit. Daarna nam hij mijn schuld over, die ik overigens met rente heb terugbetaald. In 1990 waren we weer gezond.”

Waarin verschil jij van je concullega’s?

“Kijk, ik ben een rooie met een pragmatische inslag. Ik kom bij de mensen thuis. Ik hou heel veel van mijn werk want je pakt iemands persoonlijke situatie, zelfs zijn emotionele situatie en dan bedenken we de beste oplossingen voor diegene. Ik ga ook tegen de trend in als het moet. Zo is iedereen nu tegen de aflossingsvrije hypotheek, maar ik zou die rustig adviseren. Door het alternatieve karakter van het kantoor trekken we alternatieve klanten aan, ook mensen aan de onderkant van de maatschappij.”

Hoe en waarom kwam je bij Sleipnir?

“Eind 2014 zou ik 65 worden. Mijn collega’s knepen hem als een ouwe dief natuurlijk, bang dat ik het bedrijf zou verkopen. Maar het personeel en de klanten hebben samen met mij het bedrijf gecreëerd. Als ik dan een miljoen in mijn zak zou steken ben ik een verrader. En dus loopt het anders. Begin 2014 ging ik uit eten met Ben Gevonden, toen directeur van Odin, al 25 jaar onze grootste klant. Ik zocht een oplossing voor mijn bedrijf voor als ik met pensioen zou gaan en Ben tipte me Sleipnir. Het bedrijf neutraliseren leek me een perfecte oplossing. Maar de verzekeringsportefeuille was een miljoen waard, dus ik moest nog wel even met Marcus overleggen. Die zei: ‘Je bent helemaal gestoord, een miljoen weggeven! Maar ik snap wel dat jij dat doet.’ Tja, als ik het zou verkopen vernietig ik de hele zaak, dat heb ik wel bij anderen zien gebeuren.
Daarna heb ik Jan Saal bij ons uitgenodigd, die heeft voor het hele personeel een soort presentatie gegeven over Sleipnir.”

Wat vond het personeel daarvan?

“Die waren hartstikke blij natuurlijk! Ze kunnen blijven werken, ook als ik met pensioen ga. Je kunt echt merken dat ze denken: ‘Hij heeft het dus niet voor het geld gedaan!’. Nu weten ze dat het zuiver is. Het bedrijf is nu ook van hun, dat voelt toch anders. Kijk, als je je extra inzet voor een bedrijf en de baas steekt dat allemaal in z’n eigen zak dan heb je een andere situatie. De sfeer is nu heel positief, iedereen voelt zich nog meer betrokken.”

En hoe vind jij het bij Sleipnir?

“Het bevalt me uitstekend, blij dat ik het gedaan heb, ik voel me er thuis. Het zijn allemaal geweldige mensen met veel idealen, dat is een verrijking van mijn leven. Ik ben er wel een beetje een buitenbeentje, ik heb mijn bedrijf aan Sleipnir gegeven voor de kapitaalneutralisatie. Met het spirituele gedeelte van Sleipnir heb ik wat minder, dat is mijn pragmatische instelling. Wel probeer ik dat antroposofische er een beetje in te krijgen bij de collega’s, maar dat valt niet mee. Zo hadden we een biologisch kerstpakket, maar dit jaar wilden ze toch wat anders.”

Aan wie zou je aansluiting bij Sleipnir aanbevelen en waarom?

“Aan alles en iedereen! We willen er zoveel mogelijk mensen bij hebben. De wereld zou er fantastisch uitzien als er alleen maar bedrijven waren zonder eigenaar..”

Hoezo dat?

“Bij veel mensen gaat de vreugde weg omdat alles alleen maar over geld gaat. Bedrijven die bedrijven opkopen zijn een ramp, kijk maar naar V & D. Ze kopen een bedrijf met een gezonde balans op. Dan stoppen ze er maximaal schulden in zodat ze meer winst kunnen maken. Op die manier worden medewerkers en afnemers afgeknepen, dan gaat de lol eraf. In een geneutraliseerd bedrijf gebeuren dat soort dingen niet.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *