Interview met kinderopvang ‘De Sprank’ voor Driegonaal

Hoe de neutralisatie van de kinderopvang leidde tot meerdere bloeiende ondernemingen, een interview met Judith van El en Manon Wolfert van ‘de Sprank
door Anne van Ginkel

Wat is ‘de Sprank’?

‘De Sprank is een collectief, bestaande uit – nu nog- 5 personen. Wat we doen is verbindingen aangaan met andere initiatiefnemers. We ondersteunen vanuit onze eigen ervaring met de transitie van een traditionele bedrijfsvoering naar ondernemingen die ‘van zichzelf zijn’, dat wil zeggen dat het kapitaal in zo’n onderneming niet persoonsgebonden is.
Onze leidraad daarbij is de sociale driegeleding.’

Hoe zijn jullie aan die ervaring gekomen, ofwel, hoe is de Sprank begonnen?

‘We zaten allebei in het vrijwillige stichtingsbestuur van ‘de Vrije Speelklas.’ De Vrije Speelklas was en is een peuterklas voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar, op antroposofische basis. We zitten in het gebouw van de Vrije School. Rond 2013 kwam er, ook voor de peuteropvang, strengere regelgeving vanuit de overheid, zodat we steeds meer protocollen paraat moesten hebben. Vragen als: Wanneer moeten de juffen hun handen wassen? Wat doe je als een kind vermist is? En nog duizend dingen meer moesten in protocollen worden vastgelegd.
Tegelijkertijd was de Vrije School niet meer tevreden over de B.S.O. (buitenschoolse opvang) van de school. Die werd op dat moment verzorgd door Tatatoek, onderdeel van een grote organisatie. Doordat Tatatoek moest meebewegen in het verdienmodel van die organisatie was het niet goed mogelijk om daar het antroposofisch gedachtengoed te handhaven. Er moest telkens bezuinigd worden, of zieke juffen werden vervangen door mensen zonder kennis van de antroposofie. Medewerkers werden per uur betaald voor het werken met de kinderen, zodat het overige werk, dat ook moet gebeuren, steeds minder gedaan werd. Kortom, ouders waren niet tevreden en gingen hun kinderen naar andere plekken brengen; Tatatoek moest stoppen.
Omdat een school verplicht is om ervoor te zorgen dat er ook een B.S.O. is, volgde een aanbesteding, waar we aan mee wilden doen. Door alle veranderingen die we bij de peuters al hadden moeten doorvoeren was het een kleine stap om ook in de middag voor de wat oudere kinderen een fijne plek te creëren, daarvoor was immers hetzelfde werk nodig dat we al voor de kleintjes deden.  Om dat te kunnen moesten we een andere ondernemingsvorm dan een stichting hebben, waarop we ‘de Sprank’ hebben opgericht. ‘De Sprank’ is een commanditaire vennootschap, hetgeen betekent dat wij de uitvoerende vennoten zijn, daarnaast is er een stille vennoot die investeert. In ons geval is dat stichting Sleipnir.

Hoe ging dat, met die aanbesteding?

‘We wonnen hem, dus vanaf dat moment in 2014 was B.S.O. ‘het Grote Huis’ een feit. Dat wil zeggen, we maakten een geleidelijke overgang. We voerden gesprekken met alle mensen die bij Tatatoek werkten. Twee van hen zijn mee over gegaan naar ‘het Grote Huis’. Het was uiteindelijk bijna een jaar werk voor het stond. In september 2014 zijn we met 80 kinderen begonnen, dat aantal is inmiddels verdubbeld. Ouders ontdekten dat de kwaliteit terug was, het gevoel van schaarste was weg. Er was weer brood met kaas, de sfeer was ontspannen.

Hoe kan dat, dat het financieel zoveel beter ging met het Grote Huis dan met Tatatoek?

‘Wij zijn geen grote organisatie met een winstoogmerk. We hebben geen overhead, het geld dat ouders meebrengen wordt direct hier besteed, daardoor hebben we nooit tekort. Bovendien communiceren we met zowel ouders als medewerkers. Dat is goed voor het gemeenschapsgevoel en de ouders zien wat er met hun bijdrage gebeurt. Met medewerkers voeren we een behoeftegesprek, zodat ze verdienen wat ze nodig hebben. We verwachten ook van de medewerkers dat ze als ondernemer voor de klas staan, dus zelf zorgen voor een werkdag met eigenheid en samen het huishouden draaien.’

En hoe ging het toen verder?

‘Een andere vrije school in Den Haag Zuid zat in een vergelijkbare positie. De B.S.O. daar viel onder organisatie DAK, ook een grote aanbieder. In het begin gaat dat dan goed. Er werken fijne mensen met antroposofische idealen. Maar na verloop van tijd moeten ze mee bezuinigen en kunnen hun manier van werken niet meer volhouden. Zij wilden dus een vergelijkbare transitie zoals wij achter de rug hadden en vroegen ons om advies. Aangezien wij veel energie krijgen van de opstartfase van zo’n project werden we medevennoot bij deze nieuwe B.S.O. die ‘Olles Huis’ is gaan heten. We zorgden voor hun startkapitaal, dus zij hoefden niet naar een bank. Daarnaast hielpen we verbouwen, vergunningen regelen, ruimtes inrichten en alles wat er verder bij komt kijken. Inmiddels is ‘Olles huis’ zo gegroeid dat ze eraan toe zijn om ook een commanditaire vennootschap te beginnen, zij sluiten zich zelfstandig aan bij Sleipnir.

En er waren meer initiatieven. Een kinderdagverblijf in Amsterdam stond te koop, de eigenaar wilde er een ton voor hebben. We zijn gaan praten: “Als iemand het koopt voor een ton en er een inkomen uit moet halen dan is dat niet haalbaar, dan houdt het op”, zeiden we. En we legden uit dat het zou kunnen voortbestaan op onze manier. Nu biedt ‘het Rozentuintje’ onderdak aan twee vennoten en zes kinderen. En op Texel zijn we vennoot van ‘de Sterrekijker’ en ‘het Sterrekind’.

Jullie hervormen de kinderopvang?!

‘We hebben inmiddels veel ervaring opgedaan en we geloven dat het economisch anders moet. Bovendien zijn we goed in uitzoeken hoe we zo’n transitie mogelijk kunnen maken. Er komt een hoop bij kijken, mensen moeten letterlijk anders leren denken. “Wat heb ik nodig?” is de vraag. Niet “Hoeveel kan ik krijgen?” Met de mensen die bij ons werken voeren we dan ook veel behoefte-gesprekken. De mensen op de groep zijn nu nog in loondienst, dat willen we graag veranderen. Werk en inkomen scheiden, ook in onze eigen organisatie. Dat vraagt een andere focus. Je gaat je afvragen wat passend is, in verhouding tot anderen en of jouw behoefte misschien ten koste gaat van iets of iemand anders. Daar is veel vertrouwen voor nodig, dus dat vraagt veel ontmoeten. Je moet ook iets van een ondernemer hebben: de verantwoordelijkheid nemen voor wat je doet, verder kijken dan je taken. Alles met elkaar doen.
Overigens werken we niet alleen in de kinderopvang. We zijn bijvoorbeeld ook bezig met een gezondheidscentrum. Er komen steeds meer vragen op ons pad.

Hoe zien jullie de toekomst? ‘Wij experimenteren en doen de dingen stap voor stap. We geloven in de tijdgeest. Er zijn nu dingen aan de orde die er zes jaar geleden nog niet waren. Bestaande systemen gaan knellen, dus moet er iets nieuws komen. Wat weten we nog niet.
Het opzetten en zoeken naar mogelijkheden is echt heel leuk, al moet er wel initiatiefkracht zitten bij de mensen met een vraag. De Sprank heeft blijkbaar aantrekkingskracht op anderen. We zijn continu in beweging, dat kan morgen anders zijn dan vandaag. Het is één grote ontdekkingstocht, veranderende wet- en regelgeving, iemand die ziek is – we stellen steeds de hamvraag :”Willen we dit zo? Zouden we het ook heel anders kunnen doen? Dat houdt het boeiend.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *