Wortelen

“Ik ben een soort mos, mijn wortels gaan sowieso niet zo diep”, zegt Stein. ”Ik kan gemakkelijk op een natte steen groeien en als je die verplaatst is er niks aan de hand.” Het is Steins reactie op mijn vraag in een interview voor een item voor RTV Arnhem. Het onderwerp is een festival over ontworteld zijn. Een kunstenaar hangt een boom ondersteboven op en het is de bedoeling dat mensen hun verhalen over wortels of het ontbreken daaraan met elkaar gaan delen.

Tijdens mijn onderzoekje valt het me op dat iedereen iets anders associeert bij ‘wortelen’. De één denkt aan zijn ouders, de ander aan ontspanning en een derde aan onvrijheid.
Aangezien ik zelf weinig kaas gegeten heb van geworteld zijn probeer ik de ervaringen van anderen mee te beleven.

Het is me vaak verteld: ‘Je moet aarden!’ ’Hier, doe deze oefening, eet aardappels, adem naar je buik, ga op je blote voeten in de tuin staan.’ Wanneer ik de adviseur in kwestie deskundiger acht dan mijzelf pas ik de goede raad meestal toe. Met wisselend resultaat. Het lijkt erop dat het niet zozeer uitmaakt wát ik doe, bij wortelen, maar hóe ik het doe. De aandacht, die doet het hem. Mezelf oordeelloos waarnemen, met een zachte glimlach om de lippen, zelfs wanneer ik zeer halfslachtig stofzuig, iets waar ik een hekel aan heb bij mezelf. Die gemakzucht! Verstrooidheid! Gebrek aan focus!

Grappig genoeg ligt in die waarneming nou net de innerlijke rust die ik met wortelen associeer, zelfs al ontdek ik onaangename dingen. Dat gaat bijvoorbeeld zo: ik neem waar dat wanneer ik dingen halfslachtig doe, dat dat dan komt doordat een deel van mij ergens anders naar toe is. Mijn hoofd is bezig met wat ik straks ga doen, of met wat die-en-die tegen me zeiden, of met wat er mis kan gaan of mogelijk al gegaan is. Aha! Nu ik dit heb waargenomen kan ik kiezen om daarmee door te gaan, met al dat zorgelijke denken, of even te stoppen en in mijn lijf te voelen wat er aan de hand is. Mijn innerlijk kind is ongerust, boos en angstig, voel ik nu. Ik zeg tegen mezelf dat dat mag. En dan rolt er zomaar het hele verhaal tevoorschijn, met tranen en alles en teleurstellingen en wrokkigheid en afgunst. Mijn drukke hoofd is het er niet mee eens, maar ik besluit te stoppen met stofzuigen en de verboden gevoelens alle ruimte te geven. En dan voltrekt zich een wonder: al die ‘foute gevoelens’ veranderen vanzelf in rust, in vrede. Dat is mijn wortelen, geloof ik. ‘Zie je nou wel!’ zeg ik tegen mijn hoofd, want ik heb toch wel graag het laatste woord ;).

Hoe zit dat bij jou? Wat merk je van jouw wortels? Weet je hoe je kunt aarden? Heb je heimwee naar dingen van vroeger? Het gevoel dat je niet helemaal jezelf kunt zijn? Mis je iets? Ik verneem het graag, en mogelijk kan ik bijdragen. Leve je wortels!